woensdag 20 augustus 2008

Overseas

Ik had net een interessant gesprek met Denis, de tuinman. Ik zit op mijn veranda te computeren, hij is onkruid aan het wieden.

Het viel me op dat hij me niet begroette toen hij tegen me begon te praten. Hij begon gewoon met wat hij wilde zeggen, alsof hij me al jaren kende, en wees me een aanbieding aan in de krant dat je bij inlevering van een voucher uit die krant bij een goedkope supermarkt voor 27 rand iets kon besteden. De aanbieding was in Zoeloe en ik kon niet lezen wat er stond, maar toch vroeg hij aan mij wat de bedoeling was van die aanbieding. Want, zie je, hij geloofde er niks van dat je zomaar 27 rand terug zou kunnen krijgen voor zo'n voucher. Alles wordt duurder, ze gaan heus niet zomaar 27 rand weggeven. We bespraken welke adders er onder het gras zouden kunnen zitten: met de AH bonuskaart in mijn achterhoofd dacht ik aan klantenbinding en het in kaart brengen van koopgedrag. Denis dacht meer aan de mogelijkheid dat het voucher waarschijnlijk alleen geldig is bij een minimumbesteding in die supermarkt en alleen op bepaalde dagen aan het einde van de maand als iedereen net salaris heeft gekregen.

[Later bedacht ik: misschien wilde hij me dat vertellen en interpreteerde ik het alleen maar alsof hij iets wilde vragen. Al mijn aannames over wat communicatie en wederzijds begrip is, worden in dit land omgeschoffeld. Soms vind ik dat frustrerend, maar meestal ervaar ik het als heel verfrissend. Ik merk dat ik het prettig vind als vanzelfsprekenheden ophouden vanzelfsprekendheden te zijn. Maar dat is alleen in veilige situaties, natuurlijk.]

Via de vouchers kwamen we op rijkdom en armoede en daar had Denis uitgesproken ideeën over. 'Ik ben oud' zei hij. 'Ik kan nu niet meer rijk worden.' 'Waarom zou je rijk willen worden' vroeg ik, 'veel rijke mensen zijn erg ongelukkig'. Meteen kon ik mijn tong wel afbijten bij zo veel stupide wijsneuzerigheid. ' 'Om mijn familie te kunnen onderhouden', zei Denis, 'en om eens wat weg te geven als iemand het moeilijk heeft. Rijke mensen die geen kinderen kunnen krijgen zijn misschien ongelukkig', vervolgde Denis, 'maar kinderen kunnen krijgen is een zaak van de goden. Daar kun je nu eenmaal niets aan veranderen. Rijk zijn is een andere zaak.'

Het leek me een goed moment om te vragen wie hij was en te zeggen wie ik was. 'I know who you are' zei hij, en you are from Holland.' Hij vroeg wat me hier bracht. Ik vertelde hem dat ik muziek bestudeerde (hetgeen met het engelse woord 'study' hetzelfde is als studeren) en voegde er in één adem aan toe 'that I would study maskanda', in de hoop zijn hart eens en voor altijd te winnen.

Hij keek me verbouwereerd aan. 'Maskanda?' vroeg hij. 'Why maskanda?' 'Because I like maskanda' zei ik. Hij vond het volkomen belachelijk. 'Maskanda is easy' zei hij. 'Everybody plays maskanda here. It is Zulu. Why would YOU want to study maskanda?' Ik vertelde dat mensen 'overseas' er aandacht voor beginnen te krijgen. Dat maskandi tegenwoordig niet alleen op de straathoek optreden maar ook in Carnegie Hall, New York. Denis stopte met bezemen en schudde zijn hoofd. 'Maybe the people overseas like maskanda because it is different for them' zei hij, 'but it is easy, you know, it's just nothing special.' Als het nu jazz was, ging hij verder, de goede dingen die zijn vriend Darius Brubeck hier gebracht had, en als ik nu DAT eens ging studeren, ja dan zou hij nog wel begrijpen waarom ik uit Holland over zou komen vliegen om hier iets te leren. Maar maskanda...

Dit gesprek vond plaats vlak voordat ik dit opschrijf, dus ik ben nog een beetje aan het bekomen van de schrik. Maar het was wel een interessante schrik. Jazz heeft een link met phesheya oftewel 'overseas'. Want Zuid-Afrikaanse jazz heeft phesheya iets te bieden, het heeft iets toe te voegen aan wat daar wordt gedaan. In de boeken die ik over Zuid-Afrikaanse jazz gelezen heb, komt die trots ook steeds naar voren. Maskanda is heel andere koek. Dat is van, voor en door Zoeloes. Het heeft niets te maken met phesheya. Dus wat moet phesheya ermee?

Ik bespeurde een vergelijkbare, zij het minder uitgesproken reactie van Selby Ngcobo, de taxichauffeur die mij gisteren terugbracht van de haven waar ik met een andere gast uit eten was geweest. Hij had keihard maskanda aanstaan op de autoradio en ik gaf enthousiast blijk van herkenning, hetgeen hem verbaasde. 'You know maskanda?' Ik vroeg Selby of hij familie is van de illustere Shiyani Ngcobo, de maskandamusicus die over de hele wereld toert en volgend jaar in RASA optreedt. Ik moest het drie keer vragen voor hij antwoord gaf. 'He is my elder father' zei hij uiteindelijk en ik weet niet precies wat dat is. Selby is te oud om de kleinzoon van Shiyani te zijn, misschien is hij een jongere broer of neef. Maar de Ngcobos zijn de Jansens van Zoeloeland. Heel veel mensen heten zo. Misschien gaf hij alleen maar dit antwoord om van mijn gevraag af te zijn.

Gedurende de taxirit probeerde ik een gesprek met Selby te beginnen over de maskanda die hij op had staan. Ik vroeg hem waar de exceptioneel lange izibongo passage over ging. Dat is het rapgedeelte waarin de musicus zichzelf aanprijst: hoe hij heet, wat hij kan, wie zijn vader is, wat zijn clan is, etc. Het is vaak geweldig snel en virtuoos, zeker voor oren die geen Zoeloe verstaan. 'He's just talking nonsense', zei Selby. 'He's saying nothing.' Daar bleef het bij. 'I think you should stay in Africa', lachte hij wel. Maar dat was misschien ironie.

Vanmiddag komt hij me halen om me naar de luchthaven te brengen. Dan ga ik nog eens proberen om hem uit te horen over maskanda. Hij heeft al beloofd me op een tour door Durban te nemen, die alle mensen van het guest house me van harte aanraden. En hij wil me de Valley of the Thousand Hills laten zien; dat schijnt ook schitterend te zijn.

Eerst maar eens die conferentie. (De folders van het Tijdschrift voor Muziektheorie zal ik op een strategische plaats neerleggen, Michiel. Wie weet kunnen we wat Zuid-Afrikaanse abonnees strikken.) Zaterdag weer online.

Geen opmerkingen: