zaterdag 14 februari 2026

Full circle

Veel vreugde in mijn leven rust op vriendschappen. Dat is in Nederland zo, en hier in Zuid-Afrika ook.

Ik wist zelf niet precies waarom ik weer naar Zuid-Afrika wilde, na bijna zeven jaar afwezigheid (algehele lockdowns, mijn eigenste long-covidlockdown en verplichtingen in Indonesië – redenen genoeg, maar toch). Ik wilde vooral mijn vrienden weer eens zien. 

Dus ik boekte maanden geleden al een vlucht, bedacht toen dat het misschien leuk was om exemplaren van mijn boek te kunnen geven aan de mensen op wier kennis en kunde (en vaak ook kassa) de inhoud van het boek rust: de maskandamuzikanten, de tolken, de festivalorganisatoren, de producers, mijn collega’s aan de Universiteit van KwaZulu-Natal (UKZN).

Dus ik bestelde een doosje bij mijn uitgever en liet het naar een vriend in Johannesburg sturen. 

En toen kwamen er wat familieomstandigheden op de proppen, dus het leek erop alsof ik helemaal niet zou gaan. En ik had nog niemand hier verteld dat ik er aankwam.

En toen ik toch kon vertrekken en bericht gaf dat ik er aankwam, bleken ook de mensen die ik de afgelopen zeven jaar nauwelijks gesproken heb nog te weten wie ik was. En de warmte van het onthaal raakt me. Afrikaanse gastvrijheid noemen ze dat hier. En in tegenstelling tot het nogal gepolitiseerde begrip ubuntu is die gastvrijheid een deugd waar iedere Zuid-Afrikaan - jong, oud, m/v/x, en van welke kleur dan ook – een vanzelfsprekende eer in schept en die eer altijd leuk maakt.

Met S'kho heb ik over de jaren heen intensief contact gehouden. S'kho en ik noemen elkaar "Zus" zoals mijn broer en ik elkaar ook "Broer" en "Zus" noemen. S'kho en ik noemen mijn moeder "onze moeder" omdat ze S'kho en haar familie in 2019 heeft opgezocht. Voor S’kho zijn we familie. Voor mij ook intussen, denk ik. 

Al videobellend gaf ze me een college over het belang van mijn boek. We zijn ongeveer even oud, wat betekent dat zij is opgegroeid tijdens de Apartheid. Ze heeft nauwelijks opleiding kunnen genieten en ondanks de precaire omstandigheden waarin ze leeft, en waarover ik vaak geblogd heb, heeft ze een soevereiniteit die ik, met al mijn opleiding en privileges, niet heb. Misschien komt dat omdat ze – veel beter dan ik – weet wat belangrijk is en wat niet. 

Ik heb vanaf het begin van mijn onderzoek in 2008 twijfels gehad over het boek. Wie ben ik om als witte vrouw uit Europa iets zinnigs te zeggen over een Afrikaanse muziekpraktijk die door zwarte mensen wordt gemaakt, ontwikkeld en uitgevoerd in niet zelden de meest precaire sociaal-economische omstandigheden. Ik heb die twijfel verwerkt in het boek en er op gereflecteerd in mijn analyses, maar ook dat is een privilege. De substantie van het boek is van de musici, niet van mij.

Maar S’kho denkt daar heel anders over. “Het is ongelooflijk belangrijk dat je een boek geschreven hebt over maskanda” zei ze vanochtend. “Je hebt iets geweldigs gedaan. Het is belangrijk dat jouw boek, jouw naam, jouw werk hier bekend is, dat de mensen híer weten dat je dit gedaan hebt.” “Maar het is vooral jouw werk” zei ik. “Jouw uitvoeringen, jouw muziek, jouw kennis” “Neehoor” zei S’kho vastbesloten. “Het was jouw idee om een boek te schrijven, en het zijn jouw ideeën in het boek. En we moeten vieren dat het er nu is.”

En als S’kho iets in haar hoofd heeft, dan gebeurt het, zoveel weet ik intussen ook. We spraken een prijs af, ze is een band bij elkaar aan het zoeken. Ik kon via collega’s van de universiteit het Centre for Jazz and Popular Music (CJPM) van UKZN reserveren. Iedereen wist nog wie ik ben. Iedereen wilde me helpen. Ik krijg het voor een vriendenprijsje op een vrijdagavond, dan kan zoveel mogelijk geld naar de musici gaan. Ze maken een poster voor me en stuurden me een lijst met mensen die ik in elk geval moet uitnodigen. 

Zo kwam er binnen een halve dag een heuse boekpresentatie tot stand. 

Het Centre for Jazz and Popular Music… Daar zwaaide mijn toenmalige geliefde Mageshen destijds zijn scepter. Ik kwam er bijna dagelijks, de spreekwoordelijke extension of my living room. En wat belangrijker is: in het CJPM ontmoette ik S’kho voor het eerst, in 2008, toen ze er optrad met haar band, het begin van een jarenlange samenwerking en vriendschap. 

Wat een verleden heb ik hier liggen, en hoe wonderbaarlijk is het om nu weer door dat verleden aangeraakt te worden. Of beter gezegd: wat een waanzinnig gevoel om na al die jaren afwezigheid in zo’n gespreid bedje te vallen, in een warm sociaal netwerk dat er gewoon nog is. “Welcome home”, zegt iedereen.

Regen

De timing van mijn trip naar Zuid-Afrika was weloverwogen. Ik hoef de lezertjes van dit blog niet te vertellen dat februari de meest deprimerende maand op het noordelijk halfrond is: vroeg invallende duisternis, dagenlange donkergrijze bewolking, kouwe nattigheid - maandenlang, en dan moet je nog een week of 6 in de grauwigheid doorbrengen voordat er iets een beetje op lente begint te lijken. En ik kon twee weken afwezigheid om mijn colleges heen bouwen.

Dus mijn voornemen was om hier eens lekker in de zon te gaan liggen bakken. De voorspellingen zagen er goed uit: zon, rond de 30 graden. Grant en Angus hebben een zwembad in de tuin. 

Maar de goden beslisten anders. We hadden al turbulentie bij de landing: onweer. Op weg van de luchthaven naar Grants huis begon het te regenen. De eerste regen in weeeeken, zei Grant. Eindelijk. 

Regen is iets wonderbaarlijks. Ik heb er eens met een Iraanse winkelier in Lombok (Utrecht) een discussie over gehad. “Jullie Nederlanders klagen altijd over de regen” zei hij. “Maar regen brengt leven. Kijk naar kinderen, het eerste wat ze doen als ze een regenplas zien is er keihard met twee voetjes tegelijk in stampen. Lekker nat. Alles wat van boven komt, is goed.”

En toen ik in Grants tuin uit de auto stapte, herinnerde ik me die discussie. De aarde, de grond, de bomen en de bladeren reageren op de vochtigheid van boven. Allerlei mineralen komen los. De geur van net gevallen regen heeft iets geestverruimends, zeg ik altijd. Maar het is in feite de geur van net bevochtigde aarde. Je ruikt de plek waar je bent. Heel direct en onontkoombaar. Dat maakt het zo’n krachtige ervaring.

Als ik met vrienden uit Zuidoost Azië praat over net gevallen regen, dan weten we allen precies hoe dat ruikt en hoe dat een gevoel van thuiskomst geeft. In de bossen bij Doorn, waar ik ben opgegroeid, kun je de geur van natte dennenappels uit duizenden herkennen. En toen ik donderdag uit de auto stapte in Melville, Johannesburg rook ik Zuid-Afrika: in minder dan een seconde drong het besef van plaats tot diep in mijn neusholte, hersenen en longen door. De geur van een net bevochtigde omgeving is overal weer anders, en overal onmiskenbaar: je herkent meteen waar je bent.

Die machtige zintuiglijkheid deed niets af aan het feit dat ik het na verschillende gigantische nachtelijke onweersbuien gisteren wel een beetje fris had. En we konden een braai in de tuin houden, maar wel tussen de buien door. Echt problemen van Nederlanders, zou de Iraanse winkelier zeggen. 

En ook hier weten mijn Zuid-Afrikaanse vrienden een welkomstgeschenk van te maken: “We have been cooked here all week, and now you have brought us the rains! You see why you should come this side more often? You bought us the rains! Finally!”





woensdag 17 juli 2019

If you’re happy, I’m happy

Na onze Kaapse villa in de Mother City, ons Kaaps-Hollandse strandhuisje in Wilderness, onze bipolaire hosts in het Britse landhuis in Durban over wier creepy-ness je een griezelboek zou kunnen schrijven (te lang voor een blog), hebben we nu onderdak in een garagebox in Graskop.
Bergklimaat hier in Mpumalanga. Overdag 28 graden. ’s Nachts steenkoud. De airco in de garabox staat op 30 graden en zodra je hem uitzet slaat de klamme kou je op de huid. De auto is naar buiten verbannen.

Wat een ontberingen. Pa had een rolberoerte gekregen, zeggen Martha en ik gierend  van de lach tegen elkaar. De ontbijtzaal ligt in het donker naast het zwembad onder een golfplaten dak en daar is ook een lounge op tegelvloeren waar we allemaal gebruik van mogen maken. Het is een unheimisch soort glorie-die-nooit-geweest-is luxe (in tegenstelling tot vergane-glorie luxe waar ik erg van houd, ook als het geen luxe is).

In plaats daarvan zitten we in het restaurantje naast het B&B bij een houtvuur waar ze pizza’s op bakken en een olielampje op tafel. We zijn in een aanhoudende machtsstrijd verwikkeld met de trainee-serveerster over het volume van de muziek. We vragen om beurten of het zachter mag. Daarna zet zij hem weer harder.

Morgen gaan we een tour doen in Blyde River Canyon. Google het even op _images_ en je weet waarom we hier zijn.

Willem verwelkomde ons bij de receptie. Hij had een groot ijzeren kruis om zijn nek hangen en worstelt naar mijn indruk hardhandig met zijn geaardheid. Een heel lieve man, die net als onze vorige hosts meer zijn best doet voor ons dan we ooit zouden kunnen wensen.

Misschien vinden wij het ook gewoon wel een beetje moeilijk om te ontvangen. Iedereen van Kaapstad tot Graskop zegt: “If you’re happy, I’m happy.” Laat ik dat nu net een beetje aan het afleren zijn…

Highflats revisited again

Deze hele vakantie is een aaneenrijging van hoogtepunten: de Kaap, de Garden Route, twee oceanen, de bergen, olifanten, leeuwen, zebra’s, koedoes, giraffen, roofvogels, heerlijk eten, en ontzettend gave ontmoetingen met heel veel mensen.

De meest bijzondere dag tot nu toe vond ik afgelopen maandag. Ik nam mijn moeder mee naar mijn “familie” hier in Highflats. Ik heb een Zoeloenaam, Nompilo, die mijn positie in de familie aangeeft. Skho en haar zussen zijn ook mijn zussen en Skho’s dochter Akhona laat – half grappend, half serieus – weten dat ik daarmee ook de grootmoeder (igogo) van haar dochter Lisakhanya ben.
Barbara, Akhona, Lisakhanya
Nani, Martha, Skho
Mijn moeder is dus de grote grootmoeder: igokhulu. De betekenis van haar bezoek was enorm. Ze werd aan iedereen voorgesteld en iedereen aan haar. uMama Nompilo, de moeder van Nompilo.


Ze mocht even rusten op het enige bed in huis terwijl wij boodschappen deden in het dorp: bier en sterke drank vooral.

Skho was buiten zichzelf van blijdschap, ondanks het feit dat een nicht van haar vorige week overleden is omdat ze ziek was, iedereen zaterdag naar de begrafenis was geweest,  en we ook respect aan haar moeder gingen betuigen. Het werd voor mij zo makkelijker invoelbaar dat vreugde en verdriet dicht bij elkaar kunnen liggen.

En voor mij was het ontzettend belangrijk om mijn ervaringen in Highflats met iemand te kunnen delen die geen deel uitmaakt van de gemeenschap waar ik zelf onderhand ook deel van ben. En dat doet me ook beseffen hoeveel ik met mijn moeder kan delen, en hoe weinig mensen zoveel met hun moeder kunnen delen.
Niet alleen de warmte en de emotie van het weerzien, ook de spanning die de kloof tussen onze respectievelijke bestaanszekerheid omspant was weer voelbaar. Mijn moeder wees me er op dat het eeuwige getouwtrek over mijn aankomst- en vooral vertrektijden en wat we wanneer gaan doen een machtsspel is, een onderhandeling over zeggenschap, en dan niet zozeer met woorden (waarin ik gewiekst kan zijn) maar met acties (waarin ik een stuk minder gewiekst ben).

Ik had dat altijd alleen maar gevoeld, nooit geconceptualiseerd, en het maakte het lichter – de onzekerheid over of ik op mijn strepen moet staan of toe moet geven. Of ik me nog meer centen uit mijn zak laat kloppen of laat weten dat het nu op is. Of ik op de aangekondigde vertrektijd echt in de auto stap en de verontwaardiging daarover over me heen laat komen, of dat ik toch nog even blijf.

En ik kon met mijn moeder die idiote overgangen delen: ’s ochtends eieren met spek in ons Engelse landhuis en de platte grappen van onze gastheer, ’s middags in Higflats, en ’s avonds pizza eten met Jon en Louise en een jazzconcertje in Durbans lushe suburbs. Pffff, wat een zwaar leven.

zondag 14 juli 2019

Zorgzaamheid

Gisteren hadden we François en zijn vrouw als hosts in ons Afrikaner vakantiepark nabij Addo Elephant Park. Vandaag hebben we Kenneth en Norma als onze hosts in een voor mij nieuw guesthouse in Durban. Groter kunnen de verschillen niet zijn en toch vertellen die verschillen me vooral iets over mezelf.

Ik had ons voor één nacht in een game lodge geboekt, nabij Port Elizabeth, zodat we op de dag voor onze vlucht naar Durban en in de ochtend nog een game drive zouden kunnen doen. Dat lukte wonderwel: een uur van het vliegveld en toch in de bush.

En we zagen hele mooie dieren op onze twee safari's.









Maar de game lodge was met alle comfort en goede zorgen toch een rare ervaring. Een uiterst hartelijke Boer die jarenlang een melkveebedrijf had gehad, maar sinds drie jaar overgestapt was op game drives als verdienmodel. Terwijl Addo een nationaal park is, is de grond om zijn lodge zijn privé-eigendom en hij jaagt er: zijn hele eetzaal hing vol met opgezette dieren, terwijl wij genoten van een diner, dat alleen bestond uit heel veel vlees en brood (en een beetje sla, gebiedt de eerlijkheid te zeggen). En het was erg lekker.

De volgende ochtend brachten hij, zijn vrouw en zijn kleindochter van 4 ons naar de luchthaven. We verstaan elkaars taal en toch zullen zij met net zoveel verbazing naar ons gekeken hebben als wij naar hen. Vooral toen de discussies over politiek begonnen. Ik vind het moeilijk mezelf erin te plaatsen, want ik heb makkelijk praten zo vanuit Europa, maar het vergt toch altijd veel van me, en niet zozeer wat er gezegd wordt, maar hoe.

De corruptie en het wanbeleid van de overheid, en de overheden van de afgelopen 15 jaar, zijn namelijk echt verschrikkelijk en elke Zuid-Afrikaan heeft daar last van. Maar de één wel wat meer dan de ander. Deze mensen hebben er relatief weinig last van, maar ze zien zichzelf als slachtoffer. Ze hebben het over een reversed racism en ook dat is niet helemaal onwaar. Het werpt vragen op die ik niet met hen kan bespreken. Wanneer wordt positieve discriminatie ten behoeve van een noodzakelijke inhaalslag een nieuw regime van insluiting en uitsluiting? In hoeverre zijn mensen bereid hun voorrechten op te geven? Écht op te geven, in de verdeling van materiële zaken zoals grond en water, en abstractere zaken als scholing en banen?

Dus het is helemaal niet gek dat deze Boerenfamilie bang is, heel bang: dat hun land wordt afgepakt, dat ze vermoord worden, dat hun investeringen, hun harde werk en hun leven te grabbel gegooid worden. Er is een gerede kans dat dat gebeurt. Het harde werk en de levens van anderen waar zij van geprofiteerd hebben zien ze niet; de corrupte overheidsdienaar, de activist die het land van zijn voorvaderen terugeist, en de bedelaar die bij het stoplicht zijn hand ophoudt worden allemaal op één grote hoop van (zwart?) gevaar gegooid. "But we are not racists!" Natuurlijk.

Gelukkig waren we toen eindelijk bij het vliegveld en konden onze wegen scheiden met de noodzakelijke beleefdheden. We hebben in Durban de volgende dag maar heel veel goede dhall en vegetarische curry besteld
Met alle Britsigheid hier zijn Kenneth en Norma ADHDers - vind ik althans. Kenneth heeft in het leger gediend. Hij heeft zijn arm in het gips na een operatie en probeert dat de hele tijd te compenseren door koffers en parasollen voor ons heen en weer te sjouwen, hetgeen Norma bovenop de kast jaagt. En dat laat ze merken.

Ze zorgen enorm goed voor ons - een beetje te goed voor onze smaak. We hoeven maar iets te denken (en we zeggen het echt niet tegen elkaar, want we weten intussen allebei dat iedereen ons kan verstaan) en ze komen aanhollen met een parasol of een badhanddoek, hetgeen dan weer een aanleiding is om eindeloze rijen slechte grapjes te maken waar heel hard om gelachen moet worden.

Ook hierin vind ik het moeilijk me te positioneren. Ik ben een ongelooflijke egoïst als het op interactie aankomt - het liefst zit ik - als ik niet iets heel bijzonders aan het meemaken ben - erover te bloggen zonder iets tegen iemand te hoeven zeggen.

Maar mensen zijn hartelijk hier, écht hartelijk - binnen je eigen gemeenschap ben je niet alleen verantwoordelijk voor elkaar, maar ook voor elkaars zorgen en zorgzaamheid, en daar word je dan deel van, of je het nu wilt of niet. Norma heeft Nederlandse TV-shows op ons kabelpakket laten zetten en is werkelijk teleurgesteld dat we die niet hoeven te zien. Kenneth is hartverwarmend als hij vertelt over zijn hond, genaamd Lady, die de hele straat bewaakt en die hij met alles wat hij in zich heeft verzorgt. Maarja, ik houd niet van honden, dus kennismaken met Lady doe ik liever niet. Mmmm.

Wij genieten intussen van onze welverdiende dag rust van onze vakantie zonder ons al te veel aan de zorgzaamheid van onze hosts gelegen te laten liggen. Lekker selfish. Morgen naar Highflats en de township Umlazi. Dat wordt weer een potje stevig zorgen voor elkaar.

donderdag 11 juli 2019

Garden Route

We zijn in twee dagen 450 km oostwaards getrokken, langs de kust, door de bergen en door het bos. Heerlijk om het landschap zo geleidelijk te zien veranderen. Een foto-impressie van onze tocht, waarop we ook ontzettend veel gelopen hebben.

Bovenop de Tafelberg









De mooiste Botanische Tuinen ter wereld: Kirstenbosch - onder de Tafelberg

Kaap de Goede Hoop


En nog zuidelijker richting Kaap L'Agulhas
Een afscheidsgroet van de Atlantische Oceaan...

... en een welkomstgroet van de Indische Oceaan.
 Van Swellendam...
Langs Buffeljagsrivier...
Langs de Seven Passes Road...
Naar "Far Niente"
Maar wel nog een stukje van het Half Collared Kingfisher Trail gelopen. Martha kwam weer bijna aan de 10.000 stappen