Nu ik hier een dag of tien ben (met nog vijf dagen te gaan) voel ik hoe de vezels van de samenleving zich langzaam weer vervlechten met mijn eigen lichaam. Net als in Indonesië lopen mensen hier traag in de hitte (srèèt, srèèt noemen we dat daar), maar het slenteren is hier anders dan daar. Mijn lichaam spiegelt dat. Aan de manier waarop ik loop, voel ik waar ik ben. Dat denk ik althans.
Ik vind het fijn om rond te lopen. Mijn heupen doen het weer uitstekend. Ik kan me richten op mijn omgeving in plaats van de moeite die het kost het ene been voor het andere te zetten. Als ik rondslenter kan ik alles in me opnemen.
Mijn gastheer en -vrouwen verzekeren me dat het veilig is om rond te lopen en zo voel ik dat ook. Ik ben dat eigenlijk pas gaan doen na mijn langere verblijven hier vanaf 2011/2013. Louise en Jon waren beschermend toen ik als bleue Europeaan arriveerde in 2008; ze reden me overal heen in de auto. En Mageshen was nog beschermender toen we enkele maanden samenwoonden in 2009. Ik kwam nauwelijks buiten de deur zonder hem, niet zozeer omdat dat niet mocht ofzo, maar omdat we allebei aannamen dat dat te gevaarlijk is (of omdat het hem goed uitkwam dat wij dat allebei aannamen...).
Het valt wel mee met dat gevaar, weet ik sinds mijn latere bezoeken. Natuurlijk moet je altijd voorzichtig zijn, goed in de gaten houden welke andere mensen er in je omgeving rondlopen, niet met je telefoon of portemonnee gaan lopen zwaaien. Maar rondlopen kan in sommige delen van de stad best.
Geen wonder dat ik dat samenwonen al heel gauw zat werd, bedenk ik nu. Rondlopen hier geeft me (misschien juist door mijn Zuid-Afrikaanse ervaringen van vroeger) een gevoel van vrijheid. Bovendien is het veel makkelijker dan in Indonesië. In Yogya, Denpasar, Jakarta, Medan, zelfs Telukdalem in Zuid-Nias zijn alle stoepen veranderd in parkeerplaatsen voor auto's en straatverkopers. Hier in Durban heb je brede lege stoepen met hoge verkoelende bomen, en niet zelden een prachtig uitzicht.
Maar leuker dan de mooie stoepen vind ik het rondslenteren in supermarkten. Ook in Nederland vind ik naar de winkel gaan vaak een uitje als ik een hele dag achter de computer zit. En in andere delen van de wereld voel ik waar ik ben. Dat komt door de geuren en geluiden als onmiddellijke indicatoren van plaats. Over het omroepsysteem is er de onmiskenbaar lokale popmuziek en de aanbiedingen in die net-niet-Australische Zuid-Afrikaanse twang.
En in de winkel ruik je alle verschillende gepresenteerde goederen ter lokale consumptie: de stapels sausage en boerewors (dat zijn twee verschillende etenswaren), de zakken vol mosselen en garnalen, de shepherd's pies die net wat te lang in de verhitte vitrine liggen, de glimmende muffins, en de eindeloze rijen frisdranken.
Toen ik in 2008 net voor het eerst in Durban was aangekomen blogde ik over mijn zoektocht in de supermarkt naar bier. En over hoezeer supermarkten iets over een land en zijn consumptiepatronen zeggen. Ik herinnerde me dat blogje toen ik vandaag zin had in een glaasje witte wijn bij het eten vanavond.
Maar nu heb je AI, waaraan je kunt vragen waar je op een zondag in Durban wijn kan kopen. Bij de Checkers (een soort Jumbo) kan dat meestal wel, zei AI. Nu wil het toeval dat er schuin tegenover mijn B&B, naast het verkooppunt voor semi-automatische wapens (jawel), een hele grote Checkers is.
Alle Zuid-Afrikanen, ongeacht afkomst, zijn godvruchtige lieden: de gereformeerde Afrikaners, de anglicaanse Britten, de evangelische zwarte gemeenschappen, en de Indiërs die van alles kunnen zijn: hindoe, moslim of christen, en elk van die geloven met hele forse overtuiging, zo weet ik van mijn tijd toen ik hier een christelijk-Indiase bijna-schoonfamilie had. En ik doe nu alsof de geloofsovertuigingen raciaal bepaald zijn, maar dat is alleen tot op beperkte hoogte zo. Er zijn heus ook gereformeerde zwarten en evangelische Afrikaners.
In de Checkers bij mij aan de overkant komen veel Indiërs winkelen en aan hun kleding zie ik dat zij vooral moslims zijn. Ik hoor ook vaak de moskee. Dat vind ik fijn. Het is net als thuis in Lombok (Utrecht) en in Indonesie. Dus het voorbehoud dat de AI-bot al gemaakt had ("meestal") was niet voor niets. "Verkopen jullie ook wijn?", vroeg ik aan de Zoeloe-medewerker (duidelijk geen moslim) die vakken stond te vullen. "Neeeeeee", riep hij uit. "Hier is alles halaal". Maar er was een andere klant die me een drankenwinkel in de buurt kon aanraden en toen had ik een lekker wandelingetje over brede, schaduwrijke stoepen om mijn witte wijn een beetje te verdienen. Menselijk advies prefereer ik nog steeds boven AI-advies.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten