Gisteren was ik in uMlazi. Zolang ik hier in Durban kom, heeft die naam een vervelende bijklank. uMlazi is een gigantische township met afgetrapte hostels (arbeidsmigrantenverblijven) en een onafzienbare naast- en op-elkaar-stapeling van krakkemikkige éénkamerhuisjes. De township is opgedeeld in Secties, van A t/m DD, meer dan één keer het hele alfabet door. De secties en letters doen je meteen voelen dat het nog steeds een kamp is, geen woonplaats: een permanente staat van ontworteling.
Townships en thuislanden zijn de meest zichtbare nalatenschappen van de koloniale tijd (1652-1948) en de instandhouding en intensivering daarvan tijdens de apartheid (1948-1994). Met behulp van de Glen Grey Act van 1894 werden zwarte families verplicht belasting te betalen voor het land waarop ze hun vee al eeuwen hadden laten grazen. De enige manier om die belastingen te "verdienen" was door te gaan werken in de mijnen en boerderijen van witte Zuid-Afrikanen. Met de Native Land Act van 1913 werd dat land voor zwarte mensen beperkt tot ruwweg 10% van het landoppervlak, vaak de meest afgelegen en onvruchtbare stukjes grond. Dat waren de zogenaamde "thuislanden" die alles behalve "thuiselijk" waren: overbevolking, geen voorzieningen, geen infrastructuur.
Zwarte mannen werden het grootste gedeelte van het jaar gescheiden van hun families om te werken in mijnen, op Afrikaner boerderijen, in havens en fabrieken. Ze werkten in de steden, maar mochten er niet wonen. Aan de randen van alle Zuid-Afrikaanse steden vind je ruim 30 jaar na de afschaffing van de apartheid de hostels en krotjes waar ze wel mochten wonen: de townships. De township is nog steeds exclusief zwart gebied (zoals je ook townships exclusief voor Indiërs en zogenaamde "kleurlingen" had [en hebt]). Ik heb gisteren geen enkele andere witte gezien (terwijl ik die in Mageshen's Indiase township wel geregeld zag) en elke voorbijganger zette grote ogen op toen die me zag. Velen zeiden het ook: jij bent wit. Wat doe jij in godsnaam in uMlazi? Tja, ik heb er vrienden wonen. Ik realiseer me steeds meer hoe weinig witte Zuid-Afrikanen me dat na kunnen zeggen.
Waar het tegenwoordig in Soweto (South Western Township) bij Johannesburg goed toeven kan zijn, met huizen met meerdere verdiepingen, scholen, theaters, winkels met luxegoederen en een functionerend verenigingsleven, is uMlazi nog steeds het afvalputje van Durban. Elektriciteit, riolering en waterleiding zijn beperkt tot een absoluut minimum, na zonsondergang kun je er niet over straat, straten, scholen en winkels zijn in slechte staat. In uMlazi woon je alleen als je echt nergens anders heen kan. Dat is meteen het grootste verschil met de apartheidstijd. Zwarte mensen die iets te makken hebben, kunnen nu (goddank) vertrekken zodra ze daar een mogelijkheid toe hebben. Maar alleen de verworpenen der aarde blijven dus achter. En dat voel je op straat. In 2011 had uMlazi meer dan 400.000 inwoners op 47 vierkante km (ter vergelijking: Amsterdam is 219 vierkante km).
Als eigentijdse arbeidsmigrant pendelt Skho al haar hele leven tussen haar thuisland bij Highflats, waar ik al 15 jaar kom, en haar township uMlazi, waar ik - om bovengenoemde redenen - zelden kom. Maar gisteren had mezelf er uitgenodigd want na de geweldige boekpresentatie van afgelopen vrijdag, die Skho geïnitieerd had, wilden we ook gewoon tijd met elkaar kunnen doorbrengen.
Ik zie er altijd tegenop om naar Skho's familie te gaan, omdat de materiële ongelijkheid in onze vriendschap zo groot voelt en er zoveel van me gevraagd en verwacht wordt: tournees, sponsors, hulp, cadeautjes, geld voor zieke familieleden, het houdt nooit op. En altijd kom ik er blij vandaan, omdat het zo gezellig en vreugdevol is, en we allemaal de hele middag bier kunnen drinken, kunnen lachen en kunnen dansen samen.
En gisteren was het echt ontspannen. uMlazi is een shithole, maar bij Skho in haar kleine stenen tweekamerhuisje en dat van haar nicht is alles zo goed op orde, dat valt me echt op. Dat je er iets van kan maken, in zo'n omgeving. Iets om diep respect voor te hebben.
Skho (in Sectie R) is niet de enige die in uMlazi woont. Dennis (in Sectie C) woont er ook. Ik wil iedere lezer vragen vooral dit blog over Dennis te lezen dat ik schreef in 2018 toen ik hem al jaren kende. De infuriating (daar is geen goed Nederlands equivalent voor) onrechtvaardigheid van de apartheid, hoe die levens verpestte, vernietigde en nog steeds levens verpest, zit vervat in Dennis' leven. Voor Dennis heb ik minstens zoveel respect als voor Skho: wat hij ondanks alle tegenslag en tegenwerking heeft bereikt en toch ook weer niet heeft kunnen bereiken. Het verlies van wat nooit heeft kunnen zijn. Het maakt me heel nederig.
Ik had Dennis ooit mijn boek beloofd, en nu is het er, dus ik wil dat hij het krijgt. Hij is één van de weinigen die het echt gaat lezen, denk ik. We waren zo blij elkaar te zien, en ik merkte dat het wat voor hem betekende: dat ik ervoor naar uMlazi kwam. Ook hier heeft de objectstatus van het boek een uitwerking. En ik merkte ook hoe ik op doorreis ben. Ik wip even langs en weg ben ik weer. Komende zaterdag al weer in Nederland...


Geen opmerkingen:
Een reactie posten