zondag 22 februari 2026

Lancering

En toen was het dan zo ver: na 15 jaar onderzoek en 4 jaar na de uitgave (Bloomsbury 2022), presenteerden we vrijdag in het Centre for Jazz and Popular Music van de University of KwaZulu-Natal (UKZN) in Durban, Zuid-Afrika, mijn boek Hearing Maskanda. Ik kan zeggen dat het een mijlpaal in mijn leven is, en dat de mensen met wie ik hier heb gewerkt en aan wie ik me heb gehecht die mijlpaal er met al hun inspanningen en bijdragen van gemaakt hebben. Dat raakt me diep.


Mijn bedoeling was om er iets gezamenlijks van te maken, dus het grootste deel van de tijd was er voor de muziek. Twee topklasse maskandamuzikanten (umaskandi in Zoeloe) boden aan te komen spelen. Zonder vergoeding. Dat accepteerde ik natuurlijk niet: musici moeten betaald worden voor hun werk. Dus ik had gelukkig al wat geld opzij gezet. 

Voor mijn onderzoek heb ik met zo'n tien umaskandi samengewerkt, maar het meest intensief was dat met Shiyani Ngcobo en Khombisile "S'kho" Miya, ook omdat ik met ze mocht musiceren. Shiyani gaf me gitaarlessen, en met S'kho en haar band repeteerde ik wekelijks in het Stable Theatre in Warwick Triangle op songs en danspassen. Uren werk zijn er ingegaan, van ons allemaal.  

Shiyani is al in 2011 overleden, hetzelfde jaar als mijn vader. S'kho is alive and kicking, al is dat niet altijd zo geweest. Maar de kunst wordt doorgegeven, Shiyani's kleindochter Lungile, een jaar of 25, is ook een umaskandi, en geen kleintje ook. 

Dus zo kwam het dat de hele avond gevuld werd met muziek van vrouwelijke umaskandi, en dat is bijzonder, want maskanda staat bekend als mannenmuziek: arbeidsmigranten, die in de mijnen en havens moesten werken, concipieerden het in hostels en onderweg. Dat is het narratief. In mijn boek stel ik dat narratief ter discussie op basis van wat vrouwelijke én mannelijke umaskandi (onder wie Bongani) me verteld hebben. Vrouwen waren vanaf het begin van het genre in de vroege twintigste eeuw al cruciaal, niet alleen als muzikale respondenten op deze mannenmuziek, maar ook als autonome  uitvoerders.

Dat is echter niet de kern van mijn boek. De belangrijkste boodschap die ik heb willen overbrengen is dat maskanda meer is dan wat we in Europa muziek noemen. Het is een klinkende, performatieve manier van leven, een zijnswijze, een middel om jezelf en anderen te helen, om verhalen en geschiedenissen te delen, kennis over te dragen over waardigheid, houding, standvastigheid. En het is een narrengenre: umaskandi nemen iedereen op de korrel met insider jokes, scherpe humor: gezagsdragers, vrienden en familie, het publiek. Maskanda kan ondermijnend en bevrijdend werken - daar heb ik een aantal voorbeelden van beschreven. 

Dus dat vertelde ik, in het Jazz Centre op vrijdagavond, aan de samengekomen umaskandi en hun familie, aan mijn collega's van de universiteit, de vrienden van vroeger die soms uren hadden gereden om me te ontmoeten. Dat het S'kho's idee was om dit evenement te organiseren en dat we hier allemaal bij elkaar gekomen waren om al die uren gezamenlijke kennisvorming te vieren. Met elkaar. Het boek had niet bestaan zonder één van de velen die aanwezig waren. 

Met Khoni (l.) en S'kho

Met Khanyisile Ngcobo (Shiyani's dochter) en Lungile Ngcobo (r.)

En ondanks alle twijfels die ik altijd heb gehad bij dit project, voelde ik dat het belangwekkend was dat ik dat allemaal zei, die avond. Dat een witte vrouw uit Europa al die tijd in maskanda had gestopt. Dat werd ook benoemd door aanwezigen aan wie ik een exemplaar van het boek gaf. 

Lungile Ngcobo



Lungile Ngcobo, de kleindochter van uBaba uShiyani, opende de avond, op de gitaar en in het kostuum van haar grootvader. Ze lijkt op hem, en op het podium heeft ze hetzelfde postuur en dezelfde mimiek als hij. En toch is ze volkomen eigen. Ze speelde één van zijn songs, maar op haar eigen manier. Muzikale creativiteit is iets wonderbaarlijks, en zo krachtig.


Met S'kho Miya

Khoni Miya



Nadat ik al mijn exemplaren van boeken aan collega's en vrienden had overgedragen met voorbereide bedankjes was het tijd om S'kho en Khoni op het podium te roepen. Zij hebben mij mijn Zoeloenaam gegeven: Nompilo.
S'kho heeft me een izibongo gegeven (een gepersonificeerde rappassage in Zoeloe met mijn hele familielijn erin). Khoni is een ongelooflijk dappere feminist die tastbare dingen heeft bereikt om vrouwen en vrouwelijke artiesten verder te helpen. Een hoogtepunt voor mij was haar organisatie van het Kushikisha Imbokodo Festival in het BAT-Centre in Durban in 2009. Helemaal door en voor vrouwen. Dat is hier geen vanzelfsprekendheid, en dan druk ik me mild uit.





S'kho in the lead



Mshini 

Pinky en Zandile

Zandile en Bonisiwe

Bonisiwe

Zandile

Pinky

En toen ging S'kho los, met haar band. Ze had me zover gekregen dat ik één liedje meezong. Ik wist het nog, van 17 jaar geleden, toen we het ook op het Kushikisha Imbokodo Festival hadden gezongen. Het gaf een waanzinnig gevoel om dat weer te doen. Het publiek juichte en ululeerde uitbunding. Khoni, tegen de 70,  kwam ook het podium op om mee te dansen. Het dak ging eraf. Het was een feestje. 





1 opmerking:

Leo Lousberg zei

Mooi, om je werk te kunnen vieren!