De timing van mijn trip naar Zuid-Afrika was weloverwogen. Ik hoef de lezertjes van dit blog niet te vertellen dat februari de meest deprimerende maand op het noordelijk halfrond is: vroeg invallende duisternis, dagenlange donkergrijze bewolking, kouwe nattigheid - maandenlang, en dan moet je nog een week of 6 in de grauwigheid doorbrengen voordat er iets een beetje op lente begint te lijken. En ik kon twee weken afwezigheid om mijn colleges heen bouwen.
Dus mijn voornemen was om hier eens lekker in de zon te gaan liggen bakken. De voorspellingen zagen er goed uit: zon, rond de 30 graden. Grant en Angus hebben een zwembad in de tuin.
Maar de goden beslisten anders. We hadden al turbulentie bij de landing: onweer. Op weg van de luchthaven naar Grants huis begon het te regenen. De eerste regen in weeeeken, zei Grant. Eindelijk.
Regen is iets wonderbaarlijks. Ik heb er eens met een Iraanse winkelier in Lombok (Utrecht) een discussie over gehad. “Jullie Nederlanders klagen altijd over de regen” zei hij. “Maar regen brengt leven. Kijk naar kinderen, het eerste wat ze doen als ze een regenplas zien is er keihard met twee voetjes tegelijk in stampen. Lekker nat. Alles wat van boven komt, is goed.”
En toen ik in Grants tuin uit de auto stapte, herinnerde ik me die discussie. De aarde, de grond, de bomen en de bladeren reageren op de vochtigheid van boven. Allerlei mineralen komen los. De geur van net gevallen regen heeft iets geestverruimends, zeg ik altijd. Maar het is in feite de geur van net bevochtigde aarde. Je ruikt de plek waar je bent. Heel direct en onontkoombaar. Dat maakt het zo’n krachtige ervaring.
Als ik met vrienden uit Zuidoost Aziƫ praat over net gevallen regen, dan weten we allen precies hoe dat ruikt en hoe dat een gevoel van thuiskomst geeft. In de bossen bij Doorn, waar ik ben opgegroeid, kun je de geur van natte dennenappels uit duizenden herkennen. En toen ik donderdag uit de auto stapte in Melville, Johannesburg rook ik Zuid-Afrika: in minder dan een seconde drong het besef van plaats tot diep in mijn neusholte, hersenen en longen door. De geur van een net bevochtigde omgeving is overal weer anders, en overal onmiskenbaar: je herkent meteen waar je bent.
Die machtige zintuiglijkheid deed niets af aan het feit dat ik het na verschillende gigantische nachtelijke onweersbuien gisteren wel een beetje fris had. En we konden een braai in de tuin houden, maar wel tussen de buien door. Echt problemen van Nederlanders, zou de Iraanse winkelier zeggen.
En ook hier weten mijn Zuid-Afrikaanse vrienden een welkomstgeschenk van te maken: “We have been cooked here all week, and now you have brought us the rains! You see why you should come this side more often? You bought us the rains! Finally!”

Geen opmerkingen:
Een reactie posten