donderdag 30 oktober 2008

De laatste dag

Lucy gaat vandaag, na jaren trouwe dienst, met pensioen. Het is haar laatste dag in Mackaya Bella Guest House. Ik vlieg vanavond terug. Voor mij is het ook een beetje mijn laatste dag in Mackaya Bella, al heb ik natuurlijk niet zo lang trouwe dienst gedraaid. En ik kom vast nog wel eens terug.

Louise zorgde vanochtend voor een uitgebreid ontbijt voor iedereen die afscheid wilde nemen van Lucy. Wat gasten van vroeger kwamen langs om Lucy bloemen te brengen en een kaart voor haar te schrijven. Louises zoon Sidney, die ook muziek studeert, kwam meeëten. Denis, de tuinman, was er. En ook Mageshen kwam erbij zitten, voordat hij tentamens moest afnemen om half 9. Het was stralend weer en we zaten op de veranda uit te kijken op de oude bomen in het parkje. Dat was heerlijk.

Ik geloof dat ik over het algemeen wel goed ben in het zien van het grotere plaatje: je vliegt tegenwoordig zo de wereld over, LA is – in ieder geval in relatieve afstand – dichterbij dan Durban en er is skype. Inclusief webcam. Mageshen en ik overleven het wel. En ik ben heus niet voor het laatst in Zuid-Afrika.

Maar de specifieke handelingen van het afscheid nemen gaan me minder goed af. Ik heb de hele nacht als een gewond dier liggen rillen in Mageshens bed, en geen oog dichtgedaan. Hij kon me niet helpen, hoe stevig hij me ook vasthield. Morgenochtend in Nederland is alles weer OK. Dan ga ik met frisse moed de komende maanden tegemoet. Nu is het even afzien.

Lucy heb ik blijgemaakt met de spaghetti en olijfolie en kruiden van mijn kokkerellen hier. Mijn koffer is uiterst effectief volgepakt. Ook dat is een lifeskill die ik verworven heb. Met dank aan een PhD in Engeland. Haha. Ik denk dat ik alles eringestouwd krijg: inclusief alle nieuwe boeken en cds. Ik ga me blauw betalen aan bagageovergewicht bij het inchecken, maar dat kan me niets schelen.

Vanmiddag nog even lekker naar het strand. De Indische Oceaan inhollen.

dinsdag 28 oktober 2008

Diwali

Toen Nishlyn hoorde dat Mageshen me naar Chatsworth had gebracht, vond hij dat hij niet kon achterblijven. We reden gisterenavond naar Reservoir Hills, de poshe Indiase wijk in het westen. Het is ook een end buiten de stad, maar zeer welvarend. Hier woonden in apartheidstijd de Indiase chirurgen, professoren (aan de Indiase universiteit van Durban-Westville, nu opgegaan in UKZN) en rijke zakenmensen. Nishlyn kwam uit een onderwijzersgezin: pianoles om de hoek, grote tuinen, een old timer amazone in de garage. Prachtige uitzichten over de hele stad. En veel vuurwerk.

Durban is al dagen in de ban van het hindoefeest Diwali. Er is grote onenigheid over de dagen waarop Diwali gevierd wordt (dus dan maar op alle mogelijke dagen) en ook de uitspraken zijn variabel: Diwali, Divali, Deepavali,… Er is zelfs geen duidelijkheid over de gelegenheid waarvoor het feest bedoeld is.

Voor de terugkeer van Lord Ram en zijn vrouw Sita, zeggen sommigen. Voor de eliminatie van de boze geest Narakasura, zeggen anderen, door Krishna of misschien ook door diens vrouw Satyabhama, want Narakasura kan alleen gedood worden door een vrouw. Maar Krishna zat erachter natuurlijk. Zoals altijd. Voor de geboorte van de godin Lakshmi, zeggen weer anderen.

Hoe dan ook. Het is het feest van het licht, daar kunnen alle rotivreters, Tamils, Telugu’s en Bangladeshi het wel over eens zijn. Dus er moet veel vuurwerk zijn, tot groot ongenoegen van de vele hondenliefhebbers in dit land, inclusief de diervriendelijke hindoes. Onze honden zitten nu inderdaad bibberend onder de tafel. Ik kijk vanaf de veranda naar het vuurwerk beneden in de stad en zie er af en toe met pijn in het hart een opstijgend vliegtuig tussendoor vliegen. Nog 48 uur…

Wintertijd

Het was een chaotisch dagje gisteren. Het is stomend warm aan het worden hier; de zomer is in aantocht.

Ik wilde beginnen met het opruimen van mijn office (overal papier), ik wilde nog voor het laatst naar het lunchconcert, ik wilde nog proberen om een informant te spreken te krijgen, ik wilde een rapport van mijn bezoek schrijven voor de hoogleraar met wie ik vanmiddag een gesprek heb, en ik moest nog opdrachten van studenten nakijken. En ik wilde smiddags gaan zwemmen. En ik wilde eerst thuis mijn Chatsworthverhaal schrijven. Om zo te bewaren wat ik allemaal nog meemaak. (Wat ben ik toch geworteld in een schriftelijke cultuur.) De ochtend achter de computer, dus.

De chaos werd compleet doordat mijn computer de klok een uur had teruggezet zonder mij daarvan op de hoogte te stellen. Vroeger kreeg je nog een waarschuwing: de wintertijd is ingegaan, wilt u dat we de tijd aanpassen? Maar windows is eurocentrischer geworden en denkt je gelukkig te maken door het denken voor jou te doen. Ik word zelden gelukkig van mensen die voor mij willen denken. Maar computers die dat doen, gooien alles wel helemaal in het honderd.

Ik kwam dus een uur te laat voor mijn laatste lunchconcert, kon nog net het laatste nummer meepikken van de bigband waar Mageshen die morgen een hilarische imitatie van had gegeven. ‘White man’s jazz. Ooooh, look, we do a syncopation.’ Ook hier is bigbandmuziek echte VVD-muziek.

‘Waar was je?’ vroeg hij, ‘het was hartstikke leuk.’ ‘Wintertijd in Europa’ kreunde ik. ‘Klotewindows.’ We gingen saampjes op de stoep voor Howard College een biryani eten.

Ik had plotseling een uur minder over, maar gelukkig beginnen de dagen flink te lengen, dus ik kon tot half 6 in het zwembad liggen en meer dan 2 kilometer trekken. Koel water, langzame ademhaling, het ritme van mijn slag vinden. Pas toen werd ik weer een beetje rustig. De snoezelige kuikentjes zijn nu uit de kluiten gewassen jonge eenden geworden. Ze zijn er nog steeds alle zeven. En ik heb nog steeds geen vogelgriep.

Goodbye Braai

Een beeldverslag van mijn muzikale afscheidsfeestje afgelopen zondag.

Het feest kan beginnen. Van links naar rechts: Shiyani Ngcobo, mijn gitaarleraar. Zijn beste concertinaspeler. Nanny, de zus van Skho. Skho, mijn danslerares. Skho's dochter.


Mijn leraar Shiyani Ngcobo. Op 13 februari 2009 staat hij in het Utrechtse Rasa. Komt dat horen en zien!


Jon en zoon Sidney doen het braaien. Rosa de tekkel inspecteert.


Het feestvarken.


Mageshen en Shiyani maken zich op voor 'Deep Zulu' maskanda. Een Indiër die maskanda speelt, dat was voor alle Zoeloes op mijn feest een fantastische gewaarwording.

Selby, de chauffeur die me overal heengereden heeft en een groot maskandafan is, kijkt toe.


Shiyani speelt en rapt over BraBra uit Holland en over Mageshen Naidoo die maskanda speelt. Skho danst op de achtergrond. Een echte garage band!

Een 'familieportret'. Van links naar rechts: Fikile, antropoloog Annet uit Zweden, ikke, Lucy die donderdag met pensioen gaat, guest house moeder Louise, haar zoon Sidney en echtgenoot Jon, en mijn lief Mageshen.

maandag 27 oktober 2008

Uncle Timmy

Zaterdag bracht Mageshen me naar de plek waar hij is opgegroeid: Chatsworth, de Indiase township. Het is een eind rijden, aan de uiterste randen van Durban. Vlak na zijn geboorte in Morningside (een relatief welvarende wijk in Durban vlakbij waar we nu allebei wonen) werden zijn ouders gedeporteerd. Niet-witten mochten begin jaren 70 niet meer in de stad wonen.

Hij bracht me eerst naar zijn ouderlijk huis, waar zijn moeder nog steeds woont. Ze is nu in Schotland bij een van Mageshens 4 zussen, dus we konden rustig rondsnuffelen. Een woonkamer waar net een bank en een tv inpassen, en 3 slaapkamers: een voor zijn ouders, een voor zijn 4 zussen en een voor hem.

Verwende Indiase jongen. Een kamer voor hemzelf, terwijl zijn 4 zussen allemaal in 1 bed in de andere kamer gepropt waren. En terwijl ik als kind al dat smerige Indonesische eten door mijn keel gedouwd kreeg, maakte Mageshens moeder aparte curries voor hem, omdat hij niet van scherp hield. Hij eet nog steeds niet scherp. Als we Indiaas eten, neem ik de vindaloo en hij de mildste curry die er is. Hij lust ook geen rijst. Zijn moeder maakte speciaal voor hem brood. Je bent een rotivreter, zeg ik tegen hem. Hij weet dat het gewoon de kift is.

Een van zijn 4 zussen, Bethany, woont nog steeds in Chatsworth, een paar straten verderop. Ze had ons uitgenodigd voor de lunch. Mageshen had haar ook gevraagd een salade te maken voor mijn afscheidsbraai, de dag erop. En ze ging met ons mee naar de pasar, want we moesten nog wat groenten hebben om op de braai te gooien. Joepie, de pasar, dat was lang geleden.

Alsof je in Delhi bent: Indiase muziek, veeeeel mensen, wierookgeuren, pickels,

rijst- en vlees- en vispasteitjes. Ik was de enige witte, stak 3 koppen boven iedereen uit en kreeg veel bekijks. En met mijn obsessie voor de origine van vleesch, wilde ik de kippenslachterij zien.

Ik probeerde het uit te leggen aan de mensen om het slachtgebeuren heenstonden: dat we in Europa geen benul meer hebben waar vlees vandaan komt, dat het voor ons net zo goed aan een boom zou kunnen groeien, zo onherkenbaar ligt het in de supermarkt. Dat ik wil zien waar vlees vandaan komt. Maar ik weet niet of mijn uitleg overkwam. Mageshen en Bethany (beide fervente vleeseters) waren net zo ‘abhorred’ als de gemiddelde Europeaan door de spartelende kippen zonder koppen, en vonden mijn fascinatie maar raar.

In de auto terug naar haar huis, gaf Bethany de richting aan. ‘Turn left here, Tim,’ zei ze. ??? Tim ??? Mageshen had me verteld dat hij thuis Tim genoemd wordt. Het is zijn christian name. Vlak na zijn geboorte bekeerden zijn ouders zich van het hindoeisme tot het christendom. Zijn zussen heten Bethany, Lea, Rachel. Zijn paspoortnaam mag dan wel Mageshen zijn, voor zijn hele thuisbasis in Chatsworth is hij Timothy.

Bethany woont in een van de betere huizen in de township. Zij, haar man en twee dochters hebben meer ruimte dan, en evenveel comfort als, mijn vrienden in London, waar de huizenprijzen exorbitant zijn. Maar haar schoonouders wonen wel bij haar in. Ze had een heerlijke lamb curry voor ons gemaakt en dirigeerde haar dochters door de keuken om brood voor Uncle Timmy te halen, want Uncle Timmy at als enige aan tafel geen rijst.

Toen Mageshen even naar achteren was – en hij bleef verdacht lang weg – vroeg ze me uit: over mijn familie, mijn werk, mijn woonsituatie. We mogen elkaar en ik voelde me vrij haar van alles te vertellen: over mijn woonsituatie, de liefde voor mijn werk, mijn kapotte heupen… Bij ons afscheid omhelsde ze me stevig.

In de auto terug naar Durban vroeg ik Mageshen of hij in twee werelden leeft. Hij moest er even over nadenken en zei toen aarzelend dat je dat zo zou kunnen zeggen.

De twee werelden worden op paradoxale wijze vertegenwoordigd door zijn namen. In het academische en internationaal muzikale circuit – waar hij op zijn Indiaas Mageshen heet – is hij een ‘white liberal’. Ik ben niet de eerste hoog-opgeleide, onafhankelijke witte vrouw met wie hij een relatie heeft. Hij heeft openlijk homoseksuele vrienden. Hij heeft elk continent in de wereld bereisd. Maar in de township functioneert hij in patriarchale structuren, uit zowel India als de christelijke kerk. Daar is hij Timothy die zijn vriendinnetje laat uittesten door zijn zus en voor wie zijn nichtjes rondrennen.

Ik was geroerd door het feit dat hij me van de wereld waaruit we elkaar kennen (die internationale academische) meebracht naar zijn andere wereld om mijn aanwezigheid in zijn leven ook daar een plek te geven. Ik zou het willen beschrijven als verschillende realiteiten met verschillende wetten en waardesystemen. Alleen mensen met grote conceptuele, sociale en emotionele intelligentie zijn in staat om zich in meer dan een van die realiteiten te bewegen.

Vanochtend vroeg ik hem of ik mijn verhaal over hem op mijn blog mag zetten, omdat de twee werelden me zo getroffen hadden. Hij vond het best, zei hij, ‘maar het zijn geen twee werelden. Het hoort allemaal bij mij.’

Toen ik vanmiddag (voor het laatst?) mijn baantjes trok in het buitenbad onder de tamarindes naast de sportvelden begreep ik plotseling dat ik er niets van begrepen had. Alleen voor mij zijn het twee werelden, omdat ik het kosmopolitische deel ervan herken (unmarked identity) en het townshipdeel niet (marked identity). Bourdieu, Said, Bhabha, Spivak, ze hebben het me allemaal al eens verteld. Het is een klassiek geval van het projecteren van mijn eigen ervaring van Self en Other op iemand die een heel andere ervaring van Self heeft. Ik universaliseer mijn eigen ervaring als niets minder dan een gegeven. Terwijl die ervaring niets meer is dan een constructie, gevormd door mijn eigen achtergrond. Ik kan niet wachten om hem dat vanavond te vertellen en hem te bedanken.

vrijdag 24 oktober 2008

Thuis

Dat ik er tegenop zie om terug te gaan naar Nederland, zal de trouwe lezertjes van dit blog onderhand wel duidelijk zijn. En dat terwijl ik in Nederland een gespreid bedje aantref: een gave baan, lieve vrienden en familie, een praktisch geweldsvrije woonomgeving, een koor, een fiets... Ik kan de zegeningen ervan wel tellen, maar niet voelen.

Voor een deel komt dat door de eerder genoemde ‘bubbel’ waarin ik hier leef: de exotiek en de nieuwigheid. Voor een deel komt het door de geliefde die ik hier gevonden heb. Maar voor een deel komt het ook door een oude pijn. Een pijn die mijn lichaam en geest herkennen van vroeger en waar ze heftiger op reageren dan wellicht nodig is. Een te strak afgesteld alarmsysteem.

Dat realiseerde ik me toen ik vanmiddag op de veranda van Mackaya Bella uitkeek over de oude bomen. Ik zag en hoorde een vliegtuig overvliegen. Het was net opgestegen van de luchthaven van Durban. Ik bedacht dat ik volgende week in zo’n vliegtuig zou zitten, over de stad zou vliegen om die onder me te zien verdwijnen. Die gedachte deed ontzettend veel pijn. Kan ik de tijd niet op een of andere wijze stopzetten? Is er een manier?

In Yogya deed ik dat ook altijd. Dagen aftellen en kijken naar de vliegtuigen die terugvlogen naar Jakarta, een reis waarvan ik wist dat die onvermijdelijk zou eindigen in het grauwe, aangeharkte kikkerlandje.

Dat kikkerlandje is nu leuk voor me, maar was toen vreselijk. Ik vond er geen aansluiting bij mijn leeftijdsgenootjes want ik kon eigenlijk alleen met volwassenen omgaan. Mijn zintuigen werden niet geprikkeld want alles was grauw en lauw en afgepast. Ik was de eeuwige outsider, hoorde nooit ergens bij, en was daarom vaak ontzettend eenzaam. Mijn lichaam anticipeert nu op die nakende eenzaamheid van vroeger. Maar is die eenzaamheid er nu nog?

Ik had het heen en weer reizen tussen Nederland en Indonesië voor geen goud willen missen. Het heeft me zoveel gebracht. Maar zwaar was het wel. Telkens weer aarden, een plek als je thuis beschouwen. Op een ongewortelde manier toch geworteld proberen te zijn.

Nu doe ik niet meer anders en wil ik misschien ook wel niet meer anders. In Indonesië heb ik me thuis gevoeld, in Engeland heb ik me thuis gevoeld, hier in Zuid-Afrika heb ik me thuis gevoeld, in Nederland kan ik me ook ontzettend thuisvoelen. Wat was ik blij toen ik wist dat ik niet naar Duitsland hoefde voor een baan, maar in mijn Utrechthonk kon blijven!

Mageshen en ik spraken er vanmiddag over: het vermogen om je op verschillende plekken thuis te voelen. Hij is een christelijk opgevoede Afrikaanse Indiër/Indiase Afrikaan uit de township, in vele opzichten een straatvechter, maar ook een musicus en een academicus die van oude boeken houdt. En hij heeft als Fulbright Scholar 5 jaar in de VS gewoond, zoals ik in Engeland. Hij had nooit kunnen bereiken wat hij bereikt heeft als hij niet in staat was geweest zich op vele plekken thuis te voelen. Het is een lifeskill die we allebei beheersen; hij nog beter dan ik, denk ik.

Maar dat neemt niet weg dat het bewegen van het ene naar het andere thuis uitermate pijnlijk is. Want juist omdat je die lifeskill van het je-thuis-kunnen-voelen verworven hebt, heb je ook die oude pijn.

Izibongo

Het einde is nu echt in zicht, nog 6 dagen (of 5 als ik vandaag niet meereken). Wat kan ik nog doen? Nog een les van Shiyani, nog een afspraak met Skho, nog een luistersessie met Kathryn, en wie weet kan ik volgende week Busi Mhlongo nog te pakken krijgen. Morgen ga ik met Mageshen zijn township bekijken. Half als toerist, maar we gaan toch ook even bij zijn zus langs. Heel spannend.

Zondag hebben Louise en Jon hun tuin en guesthouse aan me ter beschikking gesteld om een braai te geven. Ontzettend tof van ze. Mijn Indiase jazzo’s komen, mijn Zoeloevrienden en informanten komen, mijn collega’s komen, mijn Tanzaniaanse en Zimbabwaanse masterstudenten komen. En ze hebben beloofd allemaal muziek te komen maken. Shiyani komt gitaar spelen, Mageshen natuurlijk ook en Madala Kunene ook. Al die muso’s waar ik cd’s van heb. Op mijn feessie. Stoer!

Perminus neemt zijn mbira mee en heeft me verzekerd een afscheidslied te spelen dat me zal doen sterven zodat ik niet terug hoef. En Skho gaat me mijn eigen izibongo laten rappen. Izibongo is de rappassage in een maskandasong en gaat altijd over de artiest zelf. Het is zelfprijzing, een oude traditie in veel Afrikaanse muzieken.

De izibongo is in elke song van een maskandamuso ongeveer hetzelfde. De muso vertelt zijn naam, die van zijn clan, waar hij vandaan komt, wat zijn vaardigheden en karaktertrekken zijn. Vaak in prachtige metaforen: ‘ik ben de koe die trapt als ie gemolken wordt’ rapt Shiyani. ‘Ik ben de boot die weigert de rivier over te steken. Ik ben de man die het goed doet bij de meisjes’.

Het hoeft niet te rijmen, het hoeft ‘alleen maar’ te stromen en snel en krachtig uitgesproken te worden met veel uitroepen en kreten ertussendoor om de opschepperij kracht bij te zetten. Omdat izibongo zo functioneel is in het aanduiden van de afkomst van de maskandamuso zou ik in Nederlands moeten rappen en ik heb bedacht dat mijn izibongo ongeveer zo zou moeten gaan:

Ik ben Barbara van de Titusclan
Daar zijn er niet veel van:
een Milan, een Stefan, een Marian, een Tobias, een Geny, een Branco, een Barbara, een Eva.
Ik drink uit de trecht van de Vechtrivier.
Ik woon naast de toren die de hemel raakt.
Ik ben het slagschip dat in oorlogstijd zijn eigen koers vaart. Oe! Ja!
Ik ben de vrije vogel die de Tamils het hoofd op hol brengt. Oe! Ja!
Even nog, want jullie kennen me al:
Ik ben jullie Sis Brabra!

Mageshen en ik zijn vandaag vleesch gaan inslaan: 3 kilo Voortrekkers Boerewors aan een stuk (nog nooit zo’n lange worst gezien, hahaha), 20 lamskotelletjes, 30 kippespiezen in knoflooksaus. Louise had voorgesteld dat iedereen wat meeneemt, maar ik wil het niet hebben. Daar ben ik dan weer heel on-Europees in: als je naar een feestje komt word je gevoed; als je zelf een feestje geeft ben je de klos. Geen gezeur.

Bovendien ben ik in de tijd die ik in Zuid-Afrika heb doorgebracht 1/3 rijker geworden, want de rand heeft 1/3 van zijn waarde ten opzichte van de euro verloren, dus leven wordt alleen maar goedkoper voor me. De 450 rand die de berg vlees me kostte, is nauwelijks meer dan 30 euro. Dat was 45 euro in augustus. Fijn voor mij. Desastreus voor de mensen hier. Mageshen moet in januari naar Los Angeles om daar te promoveren. Hoe gaat hij dat bekostigen?